Anders kijken als financieel regisseur!

Veel adviezen zijn óf gericht op de ondernemer óf op zijn onderneming. Het is echter belangrijk om in je advies beide kanten te belichten. Keuzes in de onderneming kunnen de ondernemer namelijk ook privé raken en andersom. Dat vraagt dus om anders te kijken dan de meeste adviseurs gewend zijn. Een goede financieel regisseur neemt de ondernemer niet alleen mee in zijn persoonlijke financiële planning, maar helpt hem ook om strategische keuzes te maken op het gebied van financierings- en investeringsvraagstukken voor zijn onderneming. In dit artikel bespreken we hoe je als financieel regisseur anders kunt kijken naar de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer [1] (hierna Wet uitfasering). Zodat je advies zowel de ondernemer als zijn onderneming raakt.

De Wet uitfasering heeft als doelstelling de afwikkeling van het pensioen in eigen beheer. Veel adviseurs brachten pensioen in eigen beheer in het verleden als een mooie besparing van vennootschapsbelasting en liquiditeitsverruiming voor veel BV’s en ook DGA’s. Uiteindelijk bleek pensioen in eigen beheer een blok aan het been. Door de jaren heen is de fiscale aftrek in de BV steeds lager geworden door onder andere het afnemende Vpb-tarief. Daarnaast is door de dalende rente en een ruime (geïndexeerde) pensioentoezegging de commerciële waarde van de pensioenverplichting flink gestegen. Hierdoor is er een groot verschil tussen de fiscale waarde van de pensioenverplichting en de commerciële waarde van de pensioenverplichting.

Pensioen in eigen beheer beperkte daarnaast ook de financierbaarheid van de BV en sommige adviseurs spiegelden de DGA wellicht andere pensioenuitkomsten voor dan wat hij uiteindelijk zou krijgen. De vraag is vaak of de adviseur voldoende inzicht heeft in de combinatie van ondernemer en zijn onderneming.  

Stopzetten pensioenopbouw
De Wet uitfasering bepaalt op de eerste plaats dat de DGA zijn pensioenopbouw in eigen beheer per 1 juli 2017 moest stopzetten om fiscale sancties te voorkomen. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de DGA uiterlijk 1 juli 2017 aan alle formele voorwaarden moest voldoen zoals o.a. het aanpassen van de pensioenbrief (d.m.v. bijvoorbeeld een beëindigingsovereenkomst), het AVA-besluit en het eventueel terughalen van elders verzekerde DGA-pensioenen.

Vervolgens moet de DGA besluiten wat hij met het opgebouwde pensioen in eigen beheer wil doen. Dit besluit kan een DGA alleen nemen als hij zich bewust is van de gevolgen van de keuze die hij maakt. Daarbij moet niet worden vergeten de partner van de DGA mee te nemen in de besluitvorming over de uitfasering en de keuzes. Een goede financieel regisseur grijpt deze uitfasering aan als een kans voor een grondig advies voor de ondernemer en zijn onderneming.

Uitvoering van de uitfasering
Om het opbouwde pensioen in eigen beheer uit te faseren bestaan er een paar mogelijkheden die we hieronder kort bespreken.

Handhaven en bevriezen pensioen eigen beheer
Het opgebouwde pensioen in eigen beheer blijft als pensioenvoorziening op de balans staan zoals het was en de oude regelgeving blijft gelden. Het verschil tussen de fiscale waardering en de commerciële waardering blijft bestaan. Dit heeft onder andere tot gevolg dat de BV in veel gevallen geen dividend kan uitdelen aan de DGA (dividendklem). Verder moet de pensioenaanspraak ieder jaar actuarieel worden gewaardeerd en indien nodig geïndexeerd.

Het opgebouwde pensioen prijsgeven tot de fiscale balanswaarde
De BV mag de commerciële waarde van de pensioenverplichting afstempelen naar de fiscale waarde. Over het bedrag dat wordt prijsgegeven, hoeft de BV geen loonheffingen in te houden en te betalen. Na het prijsgeven heeft de DGA de keuze om:

1. het pensioen om te zetten in een oudedagsvoorziening (ODV) of;
2. de afgestempelde fiscale pensioenvoorziening af te kopen.

Ad 1. Omzetten
Indien de fiscale balanswaarde van het pensioen in eigen beheer wordt omgezet in een oudedagsverplichting (ODV), dan moet dat voor uiterlijk 31 december 2019 zijn gebeurd. Deze ODV is geen pensioen, maar volgt een eigen regime voor oudedagsverplichtingen. De DGA kan de ODV geheel of gedeeltelijk onderbrengen als lijfrente bij een verzekeraar of bank. Gebeurt dat niet, dan moet de DGA uiterlijk 2 maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd een uitkering aankopen bij de BV die in 20-jaarlijkse gelijke termijnen wordt uitbetaald. De uitkeringen mogen ook eerder ingaan, maar niet eerder dan 5 jaar voor het bereiken van de AOW-leeftijd.

Ad 2. Afkopen
Gaat de DGA over tot afkoop dan is de BV loonbelasting verschuldigd. Revisierente hoeft de BV niet te betalen. Bij afkoop krijgt de BV een korting over het bedrag waarover zij loonbelasting moet inhouden en afdragen. Ook de afkoop moet voor uiterlijk 31 december 2019 plaatsvinden.

Als de fiscale balanswaarde van het opgebouwde pensioen wordt afgekocht, verdwijnt de pensioenvoorziening van de balans. De belastingkorting varieert de komende jaren, want in 2017 gold een korting van 35%, in 2018 geldt een korting van 25% en in 2019 van 19,5%. De korting wordt gegeven op de waarde van de fiscale pensioenvoorziening op het moment van afkoop, maar maximaal over de waarde van de pensioenvoorziening eind 2015. Voor de toename van de fiscale voorziening in 2016 geldt dus geen korting. Dit heeft de belastingdienst gedaan om anticiperende maatregelen te voorkomen. Bij afkoop heeft de DGA een vordering op de BV en bij uitkering daarvan een geldbedrag in box 3.

Beste keuze
Welke keuze de DGA het beste kan maken is afhankelijk van een groot aantal factoren. Hierbij spelen fiscale aspecten een belangrijke, maar zeker niet doorslaggevende rol. Met name is van belang welke visie de DGA zelf heeft op zijn oudedagsvoorziening en welke wensen en doelstellingen de DGA en zijn partner hebben. Belangrijke randvoorwaarde hierbij is de financiële positie van de DGA en zijn BV. De ODV geeft de DGA nog enige houvast wat betreft zijn financiële planning, omdat er bij de BV een balansverplichting richting de DGA bestaat. Bij afkoop moet de DGA afwegen of hij zijn oudedagsvoorziening wenst te realiseren door geld in de BV, of toch liever in privé te beleggen. Een goede financieel regisseur speelt een belangrijke rol bij het formuleren van de wensen en doelstellingen en het inzichtelijk maken van de (financiële) gevolgen van de keuzes voor de DGA en voor de BV.

Zakelijke financieringen
Ook bij zakelijke financieringsaanvragen zorgde de pensioenvoorziening in eigen beheer voor vervelende uitwerkingen op het moment dat de BV niet voldoende liquiditeiten had om de pensioenverplichting na te komen. Het verschil tussen de commerciële- en fiscale waarde zorgde in veel gevallen voor een negatief eigen vermogen die de financierbaarheid van de BV/DGA verzwakte. Door de keuze voor onder andere afkoop kan de solvabiliteitswaarde [2] van de onderneming stijgen en een ander oordeel geven over financieringsmogelijkheden.  

Anders kijken
Een uitfasering van pensioen in eigen beheer noodzaakt dus om anders te kijken als financieel regisseur. Zodat je in je advies zowel rekening houdt met de invloed op de financierbaarheid van de onderneming als met de toekomstige financiële planning van de DGA.

Auteur: Mr. Marcel van Kooten MFP FFP CFP Marcel is als fiscaal financieel adviseur verbonden aan OCM3 BV en is parttime docent voor de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN), Dukers & Baelemans en het Register voor Belastingsadviseurs (RB).

[1] Wet van 8 maart 2017, Stb. 2017, 115; kamerstuknummer 34 555.
[2] Verhouding tussen vreemd- en eigen vermogen, waarbij het erom gaat om inzicht te krijgen in de mate waarin de onderneming in staat is aan zijn financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

Gerelateerde opleidingen