Het principeakkoord vernieuwing pensioenstelsel

Om het vertrouwen in ons huidige pensioenstelsel te herstellen, zijn belangrijke aanpassingen nodig. Nadat in november 2018 het pensioenoverleg tussen vakbonden, werkgeversorganisaties en het kabinet klapte, werden we afgelopen dinsdag plotseling verrast met een principeakkoord vernieuwing pensioenstelsel. Het betreft een principeakkoord omdat de leden van de FNV en CNV in een referendum de mogelijkheid krijgen zich over het akkoord uit te spreken. Spreken zij zich uit tegen het principeakkoord dan valt het alsnog in duigen.

De afspraken die kabinet en sociaal partners maakten, zijn uitgewerkt in een ontwerpadvies van de Sociaal-Economische Raad (SER). Hoewel de maatregelen over de aanpassing van de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd in de media de meeste aandacht krijgen, springen de aangekondigde wijzigingen van het werknemerspensioen (tweede pijler) het meest in het oog. Voor de vakbonden was de beperking van de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd een belangrijk voorwaarde om in te stemmen met het principeakkoord. Daarom staan we eerst kort stil bij deze maatregel. Daarna bespreken de andere belangrijke maatregelen.

Beperking verhoging AOW-gerechtigde leeftijd
De laatste jaren is er in toenemende mate maatschappelijke onrust over de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd en de koppeling van de AOW-gerechtigde leeftijd aan de levensverwachting. Vorige week werd nog massaal gestaakt door het personeel in het openbaar vervoer tegen de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. In november 2018 was dit onderwerp uiteindelijk voor een groot deel de reden voor de FNV om uit het overleg over het principeakkoord te stappen.

In het principeakkoord krijgt de FNV deels haar zin. De verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd wordt de komende jaren vertraagd. Ook de koppeling aan de levensverwachting wordt aangepast. Nu is het nog zo dat je 1 jaar langer door moet werken als de levensverwachting met 1 jaar toeneemt. Het principeakkoord zorgt ervoor dat deze 1 op 1 koppeling wordt losgelaten. Stijgt de levensverwachting met 1 jaar, moet nog 8 maanden worden doorgewerkt. 

 Jaartal

 Huidige AOW-leeftijd

 AOW-leeftijd volgens principeakkoord

 2020

 66 jaar en 8 maanden

 66 jaar en 4 maanden

 2021

 67 jaar

 66 jaar en 4 maanden

 2022

 67 jaar en 3 maanden

 66 jaar en 7 maanden

 2023

 67 jaar en 3 maanden

 66 jaar en 10 maanden

 2024

 Gekoppeld aan levensverwachting

 67 jaar

 2025

 Gekoppeld aan levensverwachting

 Gekoppeld aan levensverwachting


De aandacht die de FNV geeft aan de AOW-gerechtigde leeftijd is begrijpelijk. Het ledenbestand van de FNV bestaat voor het grootste deel uit oudere werknemers. Met name deze groep voelde zich overvallen door de stijging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Zij hebben dan ook het meeste profijt van de aangekondigde maatregelen in het principeakkoord. Voor jongere werknemers maakt het allemaal wat minder uit. Zij moeten nog steeds doorwerken tot 69 of 70 jaar. Wel is het voor hen voordelig dat de 1 op 1 koppeling tussen de stijging van de levensverwachting en AOW-gerechtigde leeftijd is losgelaten.

De gewijzigde AOW-gerechtigde leeftijd kan ervoor zorgen dat klanten hun pensioenuitkering iets eerder of later in willen laten gaan. Eerder om te koppelen aan de start van de AOW-uitkering, of juist later omdat het pensioen nu minder hard nodig is omdat ze al een AOW-uitkering ontvangen.

Twee nieuwe pensioencontracten
De SER introduceert in haar ontwerpadvies twee mogelijke pensioencontracten. Daarmee wordt afgestapt van de huidige verdeling tussen uitkerings-, kapitaal- en premieovereenkomsten. Het ene contract betreft een geheel nieuw contract. Het andere contract betreft de bestaande verbeterde premieregeling die ook toegankelijk wordt voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen.

Het nieuwe contract betreft een premieregeling zonder nominale zekerheid. Dit betekent dat de uitkering op pensioendatum niet meer vast staat zoals in de huidige uitkeringsovereenkomsten. Door die zekerheid los te laten, is het niet meer noodzakelijk om hoge buffers aan te houden. Sociale partners spreken een kostendenkende premie af waarmee een voorwaardelijk pensioen wordt aangekocht. Er is sprake van risicodeling. Positieve en negatieve resultaten worden gedeeld door alle deelnemers. De deelnemers krijgen in dit contract minder zekerheid, maar meer perspectief op indexatie van pensioen. Ook zorgt het er bij de meeste pensioenfondsen voor dat pensioenen korten op korte termijn niet nodig is; de eisen aan hun buffers worden immers minder streng.

De huidige verbeterde premieregeling kent een variant waarbij sprake is van een individueel pensioenvermogen in de opbouwfase en een collectieve risicodeling in de uitkeringsfase. Dit betekent dat de beleggingsrisico’s en het risico van een stijgende levensverwachting in de uitkeringsfase wordt gedeeld door alle pensioengerechtigden. Na afschaffing van de doorsneesystematiek wordt dit contract mogelijk voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen.

Rol van de financieel professional
De bedoeling van het principeakkoord is dat pensioendeelnemers duidelijk inzicht krijgen in het opgebouwde en het te bereiken pensioen. Daarbij moeten zij ook duidelijk inzicht krijgen in eventuele risico’s. In het najaar kunnen deelnemers al drie scenariobedragen zien in Mijnpensioenoverzicht.nl. Zo zien zij niet alleen het bedrag dat ze kunnen verwachten. Ze zien ook dat de hoogte van de pensioenuitkering lager of hoger kan zijn dan nu voorzien. Het is aan financieel professional om zijn/haar klant op basis van inzicht in de pensioenuitkering overzicht te geven over zijn inkomens- en vermogenssituatie na pensionering. En om vervolgens met de klant te bespreken welke eventuele mogelijkheden er zijn om die situatie verbeteren.

Een ander onderdeel van het principeakkoord dat om advies van de financieel professional vraagt, is het voorstel om de deelnemer de mogelijkheid te geven om maximaal 10% van het eigen pensioenkapitaal ineens op te nemen zodra de deelnemer met pensioen gaat. Nu meer verantwoordelijkheid - maar ook risico - bij de deelnemer komt te liggen, wordt de behoefte aan advies op dit gebied groter.

Afschaffing doorsneesystematiek: wie betaalt de rekening?
Het SER advies en het principeakkoord gaan uit van afschaffing van de doorsneesystematiek. De doorsneesystematiek is nu nog verplicht voor bedrijfstakpensioenfondsen. In deze systematiek is de pensioenopbouw voor iedere pensioendeelnemer bij een gelijke premie even hoog. Actuarieel zou een jonge werknemer bij dezelfde premie meer pensioen opbouwen dan een oude werknemer. De premie van de jonge werknemer heeft immers meer tijd om te renderen tot aan pensioendatum. In de doorsneesystematiek betaalt de jonge werknemer eigenlijk te veel premie en de oude werknemer te weinig premie. In het verleden was dat niet erg. Werknemers bleven lange tijd bij dezelfde werkgever. Als jonge werknemer betaalden zij weliswaar te veel premie, maar als zij ouder werden dan profiteerden zij van de doorsneesystematiek.

In de huidige arbeidsmarkt wisselen werknemers veel vaker van werkgever en is de doorsneesystematiek volgens het kabinet, sociale partners en de SER niet eerlijk meer. Het principeakkoord voorziet dus in afschaffing van de doorsneesystematiek. Maar dit betekent dat werknemers van middelbare leeftijd de dupe zijn. Zij hebben jaren lang te veel betaald en nu ze gaan profiteren van de doorsneesystematiek wordt deze afgeschaft. Dit betekent dat deze groep op enige manier gecompenseerd moet worden.

De compensatie wordt geschat tussen de 60 miljard en 100 miljard euro. Dat is heel veel geld en dit lijkt dan ook de grootste uitdaging van het principeakkoord. Bij wie komt deze rekening te liggen? De discussie over de rekening van de compensatie lijkt veel belangrijker dan de discussie over de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Hopelijk besteden de vakbonden hier evenveel aandacht aan.

Overige maatregelen
Het principeakkoord bevat nog meer maatregelen die het mogelijk moeten maken om op een gezonde manier met pensioen te gaan. Zo worden zzp’ers verplicht om een arbeidsongeschiktheidsverzekering te sluiten en wordt het voor hen mogelijk om vrijwillig pensioen op te gaan bouwen in de tweede pijler. De boete die de werkgever moet betalen als werknemers vroegtijdig met pensioen gaan gaat gedeeltelijk van tafel. Hierdoor wordt het voor werknemers met zware beroepen mogelijk om drie jaar eerder te stoppen met werken. Daarnaast is het de bedoeling dat er één vorm van partnerpensioen komt zodat deelnemers meer duidelijkheid hebben. Of dit een partnerpensioen wordt op opbouwbasis of risicobasis moet nog worden besloten. 

Stuurgroep
Zowel de invoering van de twee pensioencontracten als de afschaffing van de doorsneesystematiek levert nog heel wat vragen op. Een stuurgroep werkt de antwoorden op deze vragen de komende tijd uit. Hiermee schuiven kabinet en sociale partners de echt heikele kwesties nog even voor zich uit. De concrete uitwerking van het principeakkoord is daarmee nog lang niet in kannen en kruiken en zal de komende tijd naar verwachting nog tot hevige discussies leiden.

Maar voordat we zover zijn, is het eerst aan de leden van de vakbonden om op 15 juni te stemmen over het principeakkoord. Niet alle wensen van de vakbonden zijn volledig ingewilligd. Maar tegenstemmen betekent dat er geen rem komt op de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Daarnaast zullen de leden willen voorkomen dat pensioenen volgend jaar al moeten worden gekort. Een moeilijke beslissing voor veel leden. Er volgen nog een paar spannende weken!