Paniek in de pensioenpolder

Eind november klapte het pensioenoverleg tussen vakbonden, werkgeversorganisaties en het kabinet. De vakbonden trokken de stekker uit de onderhandelingen over een pensioenakkoord. De verwachtingen waren hooggespannen, maar uiteindelijk bleken de verschillende partijen er niet uit te komen. Hoe nu verder?

Het Nederlandse pensioenstelsel sluit niet meer aan op de gewijzigde arbeidsverhoudingen in ons land. Ondanks dat ons pensioenstelsel is uitgeroepen tot het beste ter wereld, ontbreekt het aan vertrouwen bij deelnemers en gepensioneerden. Vakbonden, werkgeversorganisaties en het kabinet zijn het met elkaar eens dat het stelsel moet worden aangepast. Werkgevers en werknemers kwamen na jarenlange onderhandelingen tot het volgende conceptakkoord:

  1. Minder snelle stijging van de AOW-leeftijd
    De AOW-leeftijd niet stapsgewijs verhogen tot 67 jaar in 2021, maar pas in 2025. Nieuwe afspraken maken over de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting.
  2. Introductie van een nieuw pensioencontract dat beter aansluit bij de huidige (flexibele) arbeidsverhoudingen
    In dit pensioencontract worden rendementen en risico’s gedeeld, zodat solidariteit een van de uitgangspunten blijft. Dit moet leiden tot een stabiele opbouw van pensioen met een grotere kans op indexatie. Tegelijk biedt dit contract een oplossing voor de huidige lage rekenrente.
  3. Afschaffen van de doorsneesystematiek
    In deze systematiek betalen jonge werknemers een relatief hoge premie en oudere werknemers een relatief lage premie. Dit wordt als oneerlijk gezien en daarom wil men van deze systematiek af. De kosten voor afschaffing bedragen 60 miljard euro. Dit bedrag is nodig om de oudere werknemers - die toen ze jong waren een te hoge premie betaalden - te compenseren. Daarbij was de vraag wie dit bedrag moest betalen. Volgens de vakbonden werd de rekening teveel bij de werknemers gelegd.
  4. Invoering van een pensioenplicht voor ZZP’ers met eventueel een mogelijkheid tot opting-out
    ZZP’ers zijn voor de opbouw van hun oudedagsvoorziening aangewezen op de derde pijler. Opbouw is geheel vrijwillig en veel ZZP’ers bouwen helemaal niets op. Dit kan leiden tot een grote inkomensterugval als zij stoppen met werken.

Helaas werden de vakbonden, werkgeversorganisaties en het kabinet het niet eens over dit conceptakkoord en is het daarom nu volledig van tafel.

Minder vertrouwen en financiële gevolgen
Direct nadat bekend werd dat het pensioenakkoord was geklapt, reageerden verschillende partijen ronduit teleurgesteld. Vooral grote bedrijfstakpensioenfondsen staken hun teleurstelling niet onder stoelen of banken. Waarom is het stuklopen van het overleg over het pensioenakkoord zo erg? Op de eerste plaats leidt dit tot nóg minder vertrouwen bij de deelnemers. Het vertrouwen in het pensioenstelsel en in de pensioenfondsen is al laag en dat wordt er nu niet beter op. Op de tweede plaats gaan deelnemers en gepensioneerden ook daadwerkelijk de gevolgen ondervinden. Op basis van de huidige rekenregels is de financiële positie van veel grote pensioenfondsen op dit moment slecht. Al jaren kunnen pensioenen niet worden geïndexeerd. Een aantal fondsen moet in 2020 of 2021 de pensioenaanspraken zelfs korten.

Volgens pensioenfondsbestuurders is dit niet meer uit te leggen. De economie draait op volle toeren en het vermogen van pensioenfondsen is de laatste jaren sterk gegroeid door goede beleggingsresultaten. Toch blijft de dekkingsgraad laag door de lage rekenrente en daarom is de financiële situatie van de pensioenfondsen niet of nauwelijks verbeterd. Door het klappen van het pensioenoverleg wordt dit probleem nu niet opgelost.

Wrang is dat er eigenlijk over punt 2 van het conceptakkoord wel overeenstemming is. De vakbonden kregen echter voor hun gevoel te weinig toezeggingen over de verhoging van de AOW-leeftijd en de pensioenopbouw voor ZZP’ers. Daarom trokken zij de stekker uit het overleg. Daardoor is het hele akkoord nu van tafel.

Financiële planning
Wat betekent het stuklopen van het overleg voor de financiële planning van jouw klanten? Vooral klanten die pensioen opbouwen bij grote bedrijfstakpensioenfondsen merken de laatste jaren al de gevolgen van de penibele financiële situatie van hun fonds. Het gaat bijvoorbeeld om de deelnemers en pensioengerechtigden van het ABP, Pensioenfonds Zorg en Welzijn, Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) en het Pensioenfonds Metalektro (PME). De pensioenen van deelnemers en pensioengerechtigden van deze fondsen worden al jaren niet meer geïndexeerd. Het lijkt er niet op dat dit de komende jaren wel gaat gebeuren. Dit kan grote gevolgen hebben voor de koopkracht.

Een voorbeeld: je bent 48 jaar, leraar en hebt nu € 10.000 aan ouderdomspensioen opgebouwd bij het ABP. Stel dat het ABP de pensioenen de komende 20 jaar niet kan indexeren en de inflatie bedraagt 1%, dan is de waarde van dit pensioen op de pensioenleeftijd (68 jaar) van deze deelnemer € 8.195. Dat is dus bijna 20% lager. Is de inflatie 2% dan is de werkelijke waarde zelfs maar € 6.730.

Naast het mislopen van indexatie, lopen deelnemers ook nog het risico dat de pensioenen worden gekort. Dit betekent dat de pensioenuitkering nog lager wordt. Daarbij is er ook geen enkele garantie dat de korting eenmalig is. Misschien moeten sommige pensioenfondsen de komende jaren wel vaker korten.

Kortom: genoeg redenen om met jouw klanten om tafel te gaan zitten en te praten over hun inkomenssituatie nadat ze stoppen met werken. Met behulp van het UPO en Mijnpensioenoverzicht.nl kun je jouw klanten inzicht en overzicht geven in hun huidige pensioensituatie. Vervolgens maak je inzichtelijk wat de gevolgen zijn van het niet indexeren en korten van pensioenaanspraken. Afhankelijk van wanneer de klant wil stoppen met werken en zijn wensen voor na zijn werkzame leven, kun je inzichtelijk maken of dit haalbaar is met het oog op de ontwikkelingen. Het is aan de klant om te beslissen of hij hier iets aan wil doen. Oplossingen genoeg, maar overal hangt een prijskaartje aan. Kan en wil de klant wel betalen voor een onbezorgde oude dag straks, of kijkt hij liever naar de korte termijn?

Hoe nu verder?
De vraag is of het pensioenakkoord echt van de baan is. Het zou niet de eerste keer zijn dat de partijen elkaar uiteindelijk toch nog weten te vinden. Daarnaast is het de vraag of een pensioenakkoord echt noodzakelijk is. Het kabinet kan uiteindelijk ook zelfstandig wijzigingen proberen door te voeren. Volgens een aantal experts zijn er binnen de huidige wetgeving voldoende aanknopingspunten om het nieuwe pensioencontract vorm te geven.

In de Tweede Kamer is ook discussie over de koppeling tussen de levensverwachting en de AOW-leeftijd. Als mensen een jaar ouder worden dan is het niet vanzelfsprekend dat ze ook een jaar langer kunnen werken. Kortom, de noodzaak om het pensioenstelsel te veranderen blijft. Onduidelijk is hoe dit gaat gebeuren. Wel duidelijk is dat het op pensioengebied de komende jaren nog onrustig blijft in de polder.

Auteur: Mr. Hans Dekker, Docent & Ontwikkelaar bij Dukers & Baelemans.

Gerelateerde opleidingen