Vergoedingsrechten: doen we er fiscaal wel of niet iets mee? (deel 1)

Soms is iets een hot item en enige tijd later hoor je er niet veel meer van. Tot de discussie ineens weer oplaait. Een Zwarte pietendiscussie, de best bekeken inauguratie ooit van president Trump en zo ook de fiscale behandeling van vergoedingsrechten. Zoals altijd is er dan een aanleiding. In dit geval het nieuwe huwelijksvermogensrecht dat per 1 januari 2018 in werking treedt.

Vergoedingsrechten: juridische gevolgen
De vergoedingsrechten zijn in 2012 in het Burgerlijk wetboek opgenomen. Als bijvoorbeeld de ene echtgenoot vanuit privévermogen investeert in een gemeenschappelijk goed, dan ontstaat een vergoedingsrecht van deze echtgenoot op de gemeenschap. Ook investering vanuit de gemeenschap in het privévermogen van een echtgenoot, levert een vergoedingsrecht op. ‘Investeren in het andere rijtje’, noemen we dat ook wel.

Voorbeeld
Erik en Jasmijn zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Erik heeft een schenking ontvangen van zijn ouders voor de aankoop van een woning. Op deze schenking zit een uitsluitingsclausule. Samen kopen Erik en Jasmijn de woning van € 300.000 met een hypothecaire lening van € 200.000. Erik brengt de schenking van € 100.000 in. Hierdoor ontstaat een vordering van Erik op de gemeenschap van € 100.000.

Een vergoedingsrecht beweegt in waarde mee met het goed waarin geïnvesteerd is. Dit is de sinds 2012 geldende beleggingsleer.

Vervolg voorbeeld
De waarde van de woning van Erik en Jasmijn is gestegen naar € 360.000. De vordering van Erik stijgt dan ook in waarde, namelijk naar € 100.000/€ 300.000 x € 360.000, zijnde € 120.000.

Als in het kader van een echtscheiding de woning wordt verkocht, wordt eerst de hypotheek van € 200.000 afgelost. Van het resterende bedrag ontvangt Erik € 140.000 en Jasmijn € 20.000.

Een vergoedingsrecht ontstaat niet alleen als echtgenoten gehuwd zijn in gemeenschap van goederen. Ook als echtgenoten gehuwd zijn op huwelijkse voorwaarden, kan ‘investeren in het andere rijtje’ voorkomen. Ook dan ontstaat er een vergoedingsrecht.

Tot zover niets nieuws onder de zon. Het nieuwe huwelijksvermogensrecht brengt hier geen verandering in. Hoogstens ontstaan er vaker vergoedingsrechten. Echtgenoten hebben immers vaker privévermogen onder het nieuwe stelsel. Al het voorhuwelijks vermogen blijft privé en schenkingen en erfenissen, ook zonder uitsluitingsclausule, blijven privé.

Vergoedingsrechten: fiscale gevolgen
Wat zorgt dan voor het oplaaien van de discussie? Sinds de invoering van de vergoedingsrechten bestaat er onduidelijkheid over de fiscale gevolgen hiervan. Een deel van de problemen is getackeld met de komst van artikel 5e AWR. In dit artikel is geregeld dat een vergoedingsrecht geen aandeel in het onderliggende goed met zich meebrengt.

Dit artikel heeft echter niet alle onduidelijkheden weggenomen. De nieuwe wet rondom de beperkte gemeenschap van goederen is aanleiding geweest om duidelijkheid hierover te vragen aan de staatssecretaris.

Verschil theorie en praktijk
In de praktijk wordt weinig gedaan met de vergoedingsrechten. Pas bij een scheiding komt een van de echtgenoten nog wel eens op de proppen met een vordering. Fiscaal wordt hier al helemaal niets mee gedaan. Al eens een aangifte Inkomstenbelasting voorbij zien komen met een vergoedingsrecht?

In diezelfde praktijk leeft namelijk de opvatting dat er met vergoedingsrechten fiscaal niets hoeft te gebeuren. En laat dat nu juist niet zo zijn. Inderdaad geeft artikel 5e AWR aan dat er fiscaal geen aandeel in het goed ontstaat, maar de vordering/schuld-verhouding moet wel verwerkt worden in de aangifte Inkomstenbelasting. Het vergoedingsrecht moet toegewezen worden aan box 1, 2 of 3.

Voorbeeld
In de aangifte van Erik en Jasmijn moet zowel de woning, de schuld als het vergoedingsrecht verwerkt worden. Samen geven Erik en Jasmijn in box 1 het eigenwoningforfait aan over de woning en de renteaftrek over de hypothecaire lening van € 200.000. Erik heeft een vergoedingsrecht van € 100.000 op de gemeenschap. Per saldo is dit dus een vordering van € 50.000 op Jasmijn. Erik geeft dan ook in box 3 deze vordering van € 50.000 op. Jasmijn heeft een schuld van € 50.000 aan Erik. Dit is een schuld ter verwerving van een eigen woning. Echter, omdat dit een schuld aan haar partner is, verhuist deze schuld naar box 3. Aangezien Erik en Jasmijn samen aangifte doen, geeft dit vergoedingsrecht een resultaat van nihil in box 3: vordering en schuld bedragen beide € 50.000.

Als Erik en Jasmijn scheiden, eindigt het fiscaal partnerschap. De schuld van Jasmijn blijft in dat geval in box 3. Deze schuld is immers niet ontstaan bij het verkrijgen van (een aandeel in) de woning.

In bovenstaand voorbeeld blijven de (fiscale) gevolgen beperkt. In de volgende nieuwsbrief zullen we daarentegen zien dat de gevolgen van de vergoedingsrechten aanzienlijk kunnen zijn. Met name bij aanmerkelijk-belang vermogen in box 2 en ondernemingsvermogen in box 1.

Gerelateerde opleidingen