Vergoedingsrechten: doen we er fiscaal wel of niet iets mee? (deel 2)

In de vorige nieuwsbrief  gingen we in op de fiscale gevolgen van vergoedingsrechten. Hierbij geldt dat vergoedingsrechten niet alleen ontstaan als echtgenoten gehuwd zijn in gemeenschap van goederen. Ook als echtgenoten gehuwd zijn op huwelijkse voorwaarden, kan ‘investeren in het andere rijtje’ voorkomen. Ook dan ontstaat een vergoedingsrecht. In deze nieuwsbrief zullen we zien dat de gevolgen van vergoedingsrechten aanzienlijk kunnen zijn bij bijvoorbeeld aanmerkelijk belang vermogen in box 2 en ondernemingsvermogen en TBS-situaties in box 1.

Aanmerkelijk belang
Voorbeeld
Ruud en Janneke zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden. Hun vermogens zijn gescheiden. Janneke is een eigen onderneming gestart in de vorm van een BV. Haar echtgenoot Ruud heeft het bedrag voor de kapitaalstorting van € 20.000 betaald.

De onderneming is snel uitgegroeid tot een winstgevend bedrijf met een waarde van € 1.000.000. Janneke verkoopt de aandelen in haar BV voor dit bedrag aan een groot concern. Ruud heeft recht op de gehele verkoopopbrengst van € 1.000.000. Hij heeft immers het startkapitaal van de BV gefinancierd.

In de literatuur wordt druk gespeculeerd of het vergoedingsrecht rekening houdt met deze belastingclaim. Volgens de staatssecretaris is dit een juridische aangelegenheid. Kortom, hij doet daar geen uitspraak over. Hierover blijft onduidelijkheid bestaan. 

Vervolg voorbeeld
Janneke is 100% aandeelhouder van de BV. Zij heeft dus een aanmerkelijk belang in box 2. Daarnaast heeft zij een schuld aan Ruud vanuit het vergoedingsrecht van Ruud. Deze schuld van € 1.000.000 geeft zij in beginsel op in box 2. Ruud geeft zijn vordering van € 1.000.000 op in box 3. Jaarlijks betaalt Ruud vermogensrendementsheffing over deze vordering. Janneke heeft geen aftrekpost in box 2: de schuld is volgens de staatssecretaris renteloos. Gelet op deze ongelijkheid heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat Janneke de schuld op mag geven in box 3.

Bij verkoop van de AB-aandelen door Janneke krijgt zij te maken met een AB-heffing van € 245.000 (25% van € 980.000). Dit terwijl zij geen winst realiseert. De gehele opbrengst moet zij namelijk afstaan aan Ruud in het kader van zijn vergoedingsrecht.

Overigens kunnen tussen de echtgenoten wel afspraken gemaakt worden waarbij rekening gehouden wordt met deze belastingclaim. Dit kan in de huwelijkse voorwaarden geregeld worden of in een onderhandse overeenkomst met betrekking tot deze transactie. Het echtscheidingsconvenant is ook een mogelijkheid, maar of de ontvangende echtgenoot dan nog bereid is hieraan mee te werken is natuurlijk de vraag.

Een tweede discussie die speelt is of de waardeaangroei van het vergoedingsrecht wellicht gezien kan worden als te betalen rente.

Vervolg voorbeeld
Als de waardeaangroei van het vergoedingsrecht van € 20.000 naar € 1.000.000 gezien kan worden als rente, levert dit een aftrekpost in box 2 op. Tegenover de AB-winst van € 980.000, staat dan een rentepost van € 980.000. Per saldo dus geen heffing bij Janneke. Dit sluit aan bij haar gerechtigdheid tot de winst, namelijk nihil.
Deze redenering heeft echter een keerzijde. De AB-winst wordt dan in het geheel niet belast. Ruud ontvangt van Janneke € 1.000.000 zonder dat daar over geheven wordt. Zijn vergoedingsrecht is namelijk belast in box 3 waar alleen het fictief rendement belast wordt.

Ondernemingsvermogen en TBS-situaties
De toewijzing van vergoedingsrechten speelt ook in box 1 bij ondernemingsvermogen en TBS-situaties.

Voorbeeld
Geert heeft een IB-onderneming. Voor de aankoop van het bedrijfspand (€ 150.000) heeft zijn echtgenote Maartje (gehuwd onder koude uitsluiting) een lening verstrekt aan Geert van € 100.000. Zowel het bedrijfspand als de lening kwalificeren bij Geert als ondernemingsvermogen. Dit is dan een TBS-lening van Maartje van € 100.000.

Enkele jaren later verkoopt Geert het bedrijfspand voor € 210.000. Maartje heeft dan recht op 100/150 x € 210.000, zijnde € 140.000. Deze waardestijging van € 40.000 wordt bij Maartje belast als resultaat uit TBS. Geert mag de vermeerdering van de schuld met € 40.000 aftrekken van zijn ondernemingswinst.

Wat te doen in de praktijk?
De eerste stap is gezet, je bent nu op de hoogte van de juridische en fiscale gevolgen van vergoedingsrechten. Belangrijk is dat je deze gevolgen met je klanten bespreekt. Het is nogal een verrassing als je hoort dat je de gehele winst van je bedrijf af moet staan omdat de ander destijds de storting op de aandelen heeft betaald!

De tweede stap is het bekijken van alternatieven op de wettelijke regeling rondom vergoedingsrechten. De wet geeft namelijk de mogelijkheid om bij overeenkomst af te wijken van de beleggingsleer. Een mogelijkheid kan zijn om aan te sluiten bij de nominale waarde van de vordering. Ook kun je een leningsovereenkomst opstellen waarbij al dan geen rente wordt afgesproken. Een dergelijke leningsovereenkomst met rente-afspraak kan voordelig uitpakken in bijvoorbeeld box 2. De rente is dan aftrekbaar voor de echtgenoot-AB-houder, terwijl de echtgenoot met het vergoedingsrecht niet over de daadwerkelijke rente in box 3 hoeft af te rekenen.
 
Auteur: Marijke Bindels.

Marijke is adviseur op het gebied van huwelijksvermogensrecht, testamenten, schenkingen en erfenissen. Daarnaast geeft zij training aan professionals op dit gebied.

Gerelateerde opleidingen