Invoering UBO-Register: wat betekent dit voor jou als adviseur?

Naar verwachting wordt in januari 2020 het, inmiddels veelbesproken, UBO-register ingevoerd. Iedere entiteit (enkele uitzonderingen daargelaten) dient in dit register aan te geven welke personen 'Ultimate Benificial Owner' (UBO) zijn van de rechtspersoon. De invoering van het UBO-register komt voort uit de Europese vierde anti-witwasrichtlijn. Het register fungeert als extra hulpmiddel bij het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en terrorismefinanciering. De invoering van dit register heeft niet alleen gevolgen voor de UBO's, maar ook voor iedere Wwft-plichtige. En daarmee dus ook voor jou als financieel adviseur. In dit artikel lees je hier meer over.

Definitie UBO

In de memorie van toelichting UBO-register van 4 april 2019 wordt de 'uiteindelijk belanghebbende' (UBO) gedefinieerd als de natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van, of zeggenschap heeft over, een vennootschap of juridische entiteit. Hierbij geldt als indicatie een belang of zeggenschap vanaf 25%.

Twee registers
Het huidige voorstel kent twee UBO-registers. Het eerste register heeft betrekking op UBO’s van niet-beursgenoteerde vennootschappen en andere juridische entiteiten (stichtingen, verenigingen, onderlinge waarborgmaatschappijen, coöperaties, maatschappen, VOF’s en CV’s en rederijen). Het tweede register heeft betrekking op UBO’s van trusts en andere soorten juridische entiteiten, zoals het fonds voor gemene rekening. Dit tweede register wordt naar verwachting in maart 2020 ingevoerd. In dit artikel beperken we ons verder tot het eerste register.

Er zijn ook rechtsvormen voor wie de registratieplicht niet geldt. Dit zijn naast beursgenoteerde ondernemingen ook eenmanszaken, verenigingen van eigenaren, kerkgenootschappen, publiekrechtelijke rechtspersonen en enkele historische rechtspersonen.

Beperkt openbaar inzichtelijk
Een gedeelte van het register is voor iedereen inzichtelijk. Een tweede gedeelte is slechts voor een beperkt aantal instanties te raadplegen (Openbaar Ministerie, Belastingdienst, politie en Financiële Inlichtingen Eenheid (FIE)). Hiermee komt de overheid tegemoet aan de eerder geuite bezwaren met betrekking tot mogelijke privacyschending van UBO's.

Openbaar:

  • Naam
  • Geboortemaand en -jaar
  • Woonstaat
  • Nationaliteit
  • Aard en omvang economisch belang

Niet openbaar:

  • BSN-nummer
  • Geboortedag
  • Geboorteland en -plaats
  • Woonadres
  • Afschrift van een geldig identiteitsbewijs
  • Afschrift van documenten betreffende omvang economisch belang

De exacte omvang van het economisch belang wordt niet in het UBO-register opgenomen. Hiervoor worden bandbreedtes bepaald. Waarschijnlijk wordt hierbij de volgende indeling aangehouden: 25% tot 50%, 50% tot 75% en 75% tot 100%.

Verzoek tot afscherming
De UBO kan bij de Kamer van Koophandel een verzoek tot afscherming van zijn of haar gegevens indienen. De UBO dient hierbij aan te tonen dat één van de volgende scenario’s aan de orde is:

  • De toegang tot de informatie stelt de UBO bloot aan een onevenredig risico.
  • Er is een risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie.
  • De UBO is minderjarig of handelingsonbekwaam.

Verantwoording vullen register
De eigenaar van de entiteit, bestuurders en degenen met de dagelijkse leiding zijn verplicht tot de registratie van de UBO’s. Bestaande entiteiten krijgen hiervoor tot 18 maanden na ingang van de registratieplicht (vermoedelijk januari 2020) de tijd. Nieuwe entiteiten dienen dit direct bij inschrijving bij de Kamer van Koophandel te doen.

Als een entiteit op basis van het economisch belang geen UBO aan kan wijzen, dan moet er een pseudo-UBO aangewezen worden. Dit kan bijvoorbeeld de feitelijk leidinggevende of het statutair bestuur zijn. Op deze wijze wordt geborgd dat voor iedere entiteit een UBO geregistreerd wordt.

Meewerkverplichting en terugmeldplicht
In de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) wordt een meewerkverplichting opgenomen waardoor UBO’s  verplicht zijn mee te werken aan de registratie van de juiste gegevens. Komt een UBO deze verplichting niet na? Dan wordt dit aangemerkt als een strafbaar feit in de Wet Economische Delicten (WED).

Naast de meewerkverplichting wordt in de Wwft ook een terugmeldplichtopgenomen. Deze terugmeldplicht geldt voor alle Wwft-plichtigen en dus ook voor jou als financieel adviseur. Als een Wwft-plichtige tijdens een klantonderzoek constateert dat een entiteit niet de juiste UBO(‘s) heeft geregistreerd in het handelsregister, dan dient de Wwft-verplichtige dit direct te melden bij de Kamer van Koophandel. Deze terugmeldplicht geldt aanvullend op de al eerder in de Wwft opgevoerde meldplicht als bedoeld in artikel 16 van de Wwft.

Conclusie
Het tegengaan van witwassen van crimineel geld en het bestrijden van terrorismefinanciering zijn een belangrijk aandachtspunt binnen de Nederlandse en Europese politiek. Eerder deze maand lanceerden ministers Hoekstra (Financiën) en Grapperhaus (Justitie) het plan om contante betalingen boven € 3.000 te verbieden. Ook kondigen zij aan dat de uitwisseling van gegevens tussen banken onderling en met de opsporingsdiensten wordt versterkt.

Met de invoering van het UBO-register hoopt de overheid meer informatie te verzamelen over verdachte financiële structuren. Een belangrijk punt van aandacht hierbij is dat de opsporingsdiensten nu al te weinig tijd hebben om alle meldingen met de vereiste aandacht en zorgvuldigheid te behandelen. Dit tot grote frustratie van banken en notarissen. Zij zien hun recherchetaken met de invoering van dit register namelijk weer uitgebreider worden.

Het is dus nog maar de vraag of de extra werkzaamheden die voortkomen uit de meewerkverplichting en de terugmeldplicht voldoende bijdragen aan het oorspronkelijke doel. Tot slot is het de vraag in hoeverre deze privacy-inbreuk bij UBO’s gerechtvaardigd is in een tijdperk waarin de roep om van bescherming persoonsgegevens steeds luider wordt. We houden je op de hoogte van de voortgang!

Auteur: Patrick van Erp is opleidingsprofessional bij Dukers & Baelemans. Hij is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en training van bovenwettelijke opleidingen zoals bijvoorbeeld de Leergang FFP, de Leergang Vermogensplanner en diverse maatwerk opleidingen.

Gerelateerde opleidingen