Welke gevolgen heeft de lage premiedekkingsgraad op de hoogte van het pensioen?

Er is de laatste tijd veel te lezen over pensioenfondsen, dekkingsgraden en het pensioen. Onlangs stond er op AM:web weer een artikel over pensioenen die de aankomende jaren wellicht omlaag moeten. De lage dekkingsgraad van pensioenfondsen heeft invloed op de hoogte van de pensioenuitkering en pensioenaanspraak. Verhoging van de premie zou een deel van de oplossing kunnen zijn. Eind vorig jaar bleek juist dat veel grote pensioenfondsen de premie niet wilden verhogen. Al vele jaren is de zogenaamde  premiedekkingsgraad bij veel pensioenfondsen te laag.

De dekkingsgraad is voor de meeste mensen inmiddels een bekende term. Premiedekkingsgraad is daarentegen minder bekend, maar deze heeft juist invloed op de hoogte van de dekkingsgraad. Hoe? Dat leggen we in deze nieuwsbrief uit.

Dekkingsgraad
Pensioenfondsen bepalen de hoogte van de dekkingsgraad door de totale bezittingen te delen door de contante waarde van de verplichtingen. De verplichtingen zijn de toekomstige uitkeringen van het pensioenfonds. Deze verplichtingen worden contant gemaakt op basis van een methodiek voorgeschreven door de Nederlandsche Bank.

Ondanks dat de rendementen van pensioenfondsen over de laatste jaren goed zijn, is er onder invloed van de steeds verder dalende rente een zwaardere verplichting ontstaan. Hierdoor daalden de dekkingsgraden van pensioenfondsen de laatste jaren. De meeste pensioenen zijn daarom al lange tijd niet geïndexeerd. Eind vorig jaar dreigde een aantal grote pensioenfondsen zelfs de opgebouwde aanspraken en uitkeringen te moeten korten. Niet indexeren en korten van pensioenaanspraken en uitkeringen heeft koopkrachtverlies tot gevolg voor gepensioneerden en actieve deelnemers. Uiteindelijk voorkwam de Minister van Sociale Zaken deze kortingsdreiging door in te grijpen. De minister bepaalde eenmalig dat een pensioenfonds pas hoeft te korten bij een dekkingsgraad van 90. Die grens ligt wettelijk op een dekkingsgraad van 100. 

Premiedekkingsgraad
Voor het pensioen dat een deelnemer jaarlijks opbouwt, betaalt de werkgever een premie. In veel gevallen betaalt de werknemer een deel van de premie mee en hebben beide partijen er dus belang bij dat de premie niet te hoog is. Daar komt het begrip premiedekkingsgraad om de hoek kijken.

De premie is de prijs die betaald wordt voor de inkoop van de pensioenaanspraak. De premiedekkingsgraad is de verhouding tussen de premie die wordt betaald en het pensioen dat daarmee wordt opgebouwd. Bij de totstandkoming van de hoogte van de te betalen pensioenpremie wordt rekening gehouden met een verwachte rente voor de toekomst. Is de premie een reële prijs voor de pensioenaanspraak die in het betreffende jaar is opgebouwd, dan is de premiedekkingsgraad 100%. Is de premie niet voldoende om de gehele opgebouwde pensioenaanspraak te dekken, dan is de premiedekkingsgraad lager dan 100%.

Door rentedalingen moest de premie de laatste jaren dus stijgen. De inkoop van de opgebouwde pensioenaanspraak wordt hierdoor immers duurder. Premiestijging heeft echter niet of nauwelijks plaatsgevonden. Dit komt doordat de Pensioenwet pensioenfondsen de mogelijkheid biedt om de hoogte van de premie te dempen en veel pensioenfondsen hier gebruik van maken. Het pensioenfonds gebruikt dan een hogere toekomstige rente dan de actuele rekenrente om de hoogte van de premie te bepalen. De wetgever wil met de mogelijkheid tot premiedemping voorkomen dat de premie van jaar tot jaar teveel fluctueert.

De meeste pensioenfondsen gaan dus bij het vaststellen van de premie uit van een te hoge toekomstige rente. Hierdoor is de premiedekkingsgraad (ver) beneden de 100%. Met de ontvangen premie kan niet het gewenste pensioen worden ingekocht op basis van de actuele rente. Het tekort wordt aangevuld uit het vermogen van het pensioenfonds. De dekkingsgraad van het pensioenfonds staat hierdoor verder onder druk.

Voorbeeld
Stel dat de inkoop van een levenslange pensioenaanspraak van € 1 pensioen op basis van de actuele rekenrente € 10 kost. Is de premiedekkingsgraad bijvoorbeeld 80%, dan betekent dit dat voor de inkoop van € 1 pensioen slechts € 8 wordt betaald. De overige € 2 komt dan uit het (toekomstig) vermogen van het pensioenfonds. Het vermogen dat in veel gevallen al te laag is om aan de bestaande pensioenverplichtingen te voldoen, wordt hierdoor nog lager. Inkoop tegen een te lage premie heeft dan dus een negatieve invloed op de dekkingsgraad.

Bij een te lage premiedekkingsgraad kopen de actieve deelnemers dus tegen een te lage prijs het pensioen in. Hierdoor daalt de kans op indexatie en stijgt de kans op kortingen van een pensioenfonds.

De premiedekkingsgraad in 2020
Veel premieafspraken voor de inkoop van pensioen lopen tot 2020 of 2021. Mede op aandringen van de Minister van Sociale Zaken verhoogden de meeste grote pensioenfondsen de premie in 2020 niet. Dit houdt in dat ook in 2020 de premie te laag is en dat de dekkingsgraad verder onder druk staat. Gezien de verwachting dat ook in 2020 de rente niet stijgt, voorspellen we nu al dat ook in 2021 voor heel veel gepensioneerden en deelnemers geen indexatie van de pensioenuitkering en pensioenaanspraken in het vat zit. Of dit leidt tot kortingen in 2021 moeten we afwachten.

Als een pensioenfonds de premie niet wil verhogen, kan zij eventueel ook kiezen voor het verlagen van de pensioenopbouw of verhogen van de pensioenleeftijd. Ook dan stijgt de premiedekkingsgraad. In 2020 handhaven de meeste pensioenfondsen ook de opbouw van het pensioen en de pensioenleeftijd. De pensioenfondsen waarschuwen daarbij wel dat in de jaren na 2020 de premie, pensioenopbouw of pensioenleeftijd moet wijzigen. Veel deskundigen denken zelfs dat aanpassingen vanaf 2021 onvermijdelijk zijn.

Gevolgen voor de pensioendeelnemers
Het is heel goed mogelijk dat veel pensioenfondsen in de toekomst onder druk van werkgevers kiezen voor het verlagen van de pensioenopbouw in plaats van het verhogen van de premie. Hoe meer jaren een deelnemer nog van de beoogde pensioenleeftijd is verwijderd, des te groter de impact van deze aanpassingen.

Als financieel planner en vermogensplanner bespreek je regelmatig met klanten de inkomenssituatie na pensionering. Het is goed daarbij oog te hebben voor de actuele financiële situatie van het pensioenfonds. Hoe staat het pensioenfonds ervoor en welke gevolgen heeft dit voor de toekomst? Hierbij is ook van belang in hoeverre de pensioenaanspraken in het verleden zijn geïndexeerd en in de toekomst naar verwachting nog geïndexeerd worden. Maatschappelijke onrust ontstaat op het moment dat pensioenfondsen aankondigen dat ze gaan korten, maar niet indexeren is een sluipmoordenaar met (grote) gevolgen voor de koopkracht na pensionering. Het ABP geeft op haar website bijvoorbeeld aan dat de gemiste indexatie sinds 2009 19,10% bedraagt. Het ABP baseert haar indexatie ambitie op de stijging van de prijzen. Als de stijging van de prijzen niet gecompenseerd wordt door indexatie, levert de pensioengerechtigde en de deelnemer van ABP koopkracht in.

Een goed gesprek over het pensioen biedt klanten inzicht en overzicht, maar geeft klanten bovenal ook handelingsperspectief. Wat kan ik doen om mijn inkomenssituatie na pensionering te verbeteren en wat kost me dat? Klanten kunnen kiezen om aanvullend te sparen of te beleggen via lijfrente of box 3 of via (extra) aflossingen zorgen voor een daling van de hypotheek waardoor lagere lasten ontstaan en er minder pensioen-inkomen nodig is.

Hoe nu verder?
In het principe pensioenakkoord van het voorjaar van 2019, is een premiedekkingsgraad van 100% leidend. De vraag is of pensioenfondsen met een te lage premiedekkingsgraad de eerder genoemde maatregelen doorvoeren zodra het nieuwe contract ingaat of al eerder tot actie overgaan.

Inmiddels voeren pensioenfondsen en prominenten de druk bij de politiek op om de rekenregels aan te passen zodat ze ook rekening houden met een deel van de beleggingsopbrengsten van pensioenfondsen. Een hogere rekenrente kan er voor zorgen dat zowel de dekkingsgraad als de premiedekkingsgraad verbeteren. Dan hoeft er niet (of minder) te worden gekort op opgebouwde aanspraken en de opbouw van toekomstige pensioenen wordt niet (of beperkt) verminderd. Over de vraag of aanpassing van de rekenrente een verstandige keuze is, lopen de meningen uiteen.

Edwin Pijpers is financieel planner bij SPMS, het beroepspensioenfonds voor vrijgevestigde medisch specialisten en freelance docent bij Dukers & Baelemans