Terug naar het overzicht

Wijzigingen in de inkomensafhankelijke combinatiekorting voor co-ouders

In de afgelopen jaren ontstond er de nodige onrust bij co-ouders over het recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) na scheiding. Om beiden recht te hebben op deze heffingskorting moet het kind doorgaans ook drie dagen in de week bij de andere ouder verblijven. Deze eis werd door de inspecteur strikt toegepast. In verschillende uitspraken hebben rechters hier echter een ruimere uitleg aan gegeven. Naar aanleiding hiervan heeft de wetgever deze regeling per 1 januari 2021 gewijzigd. Wat houden deze wijzigingen in? Je leest het in dit artikel.

08-02-2021
Paul P. van der Ploeg RFEA
Mr. Margot Burger MfN RFEA
6 min.

Wanneer heb je recht op de IACK?

Om ouders met jonge kinderen te stimuleren betaalde arbeid te verrichten, bestaat er de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Om voor de IACK in aanmerking te komen, dient een ouder aan bepaalde voorwaarden te voldoen. De belangrijkste voorwaarde is dat in het kalenderjaar op hetzelfde adres gedurende minimaal 6 maanden een kind staat ingeschreven dat aan het begin van het betreffende kalenderjaar nog geen 12 jaar was. Daarnaast mag de ouder geen fiscaal partner hebben of, als de ouder wel een fiscaal partner heeft, dient het arbeidsinkomen van de ouder lager te zijn dan het arbeidsinkomen van de fiscaal partner.

De IACK en co-ouderschap

In veel gevallen wordt in scheidingssituaties niet voldaan aan de bovengenoemde voorwaarde, omdat een kind maar op het adres van één ouder ingeschreven kan staan. Toch kunnen ouders bij co-ouderschap in deze gevallen beiden aanspraak maken op de IACK. Zij moeten dan wel voldoen aan de overige voorwaarden voor het verkrijgen van de IACK.

In artikel 44b Uitv.reg. IB 2001, zoals deze bepaling gold vóór 1 januari 2021, werd (als wettelijke uitzondering voor co-ouders) het begrip “tot het huishouden behoren” door de wetgever omschreven als “doorgaans ten minste drie gehele dagen per week”.

De Hoge Raad bepaalde op 13 maart 2020 (ECLI:NL:HR:2020:415) dat beide co-ouders ook gebruik kunnen maken van de IACK als zij de zorg voor de kinderen gelijkelijk verdelen in een ander repeterend ritme dan ten minste drie gehele dagen per week in beide huishoudens. Door deze uitspraak zijn rechters de IACK-regels soepeler gaan toepassen. Hierdoor ontstonden in de rechtspraktijk nieuwe vragen en discussies, zoals:

  • wat wordt verstaan onder “dagen”?
  • hoe om te gaan met situaties waarbij het co-ouderschap gedurende een deel van het kalenderjaar ontstaat of eindigt?

 met als gevolg nieuwe procedures met verschillende uitkomsten.

Nieuwe wettelijke definitie kwalificerend co-ouderschap

Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad heeft de wetgever per 1 januari 2021 artikel 44b Uitv.reg. IB 2001 aangepast. Zo wilde de wetgever duidelijkheid verschaffen wanneer voor de toepassing van de IACK sprake is van kwalificerend co-ouderschap. Om tot het huishouden van beide co-ouders te behoren, zijn volgens de aangepaste uitvoeringsregeling twee aspecten van belang:

  1. het verblijf (lees: de zorg) moet gelijkelijk verdeeld zijn tussen beide co-ouders;
    Van gelijke zorg is volgens de uitvoeringsregeling sprake als een kind minimaal 156 gehele dagen per kalenderjaar bij ieder van de co-ouders verblijft. Ook dagdelen mogen daarbij worden opgeteld, zodat op een gehele dag wordt uitgekomen. De gelijke verdeling wordt dus niet meer per week beoordeeld, maar per kalenderjaar. De 156 gehele dagen per kalenderjaar komt overeen met 3 dagen per week gedurende 52 weken.
  2. volgens een repeterend ritme;
    Van een repeterend ritme is sprake als een structureel, zich binnen het kalenderjaar repeterend schema is opgesteld, waarin de zorg voor het kind wordt gedeeld.


Doorgaans repeterend ritme

Het repeterend ritme is een belangrijk onderdeel van de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Volgens de wetgever is sprake van een doorgaans repeterend ritme als het kind in vier afwisselende periodes in het kalenderjaar in ieder geval twee periodes per kalenderjaar in elk van beide huishoudens doorbrengt en de zorg gelijk gedeeld wordt.

Er is volgens de toelichting géén sprake van een repeterend ritme als de ene ouder 156 of meer dagen aaneengesloten voor een kind zorgt en vervolgens de zorg voor 156 of meer dagen aaneengesloten bij de andere ouder ligt.

Om duidelijk te maken wat we verstaan onder dit doorgaans repeterend ritme waarin de zorg gelijk is verdeeld, vind je hieronder twee voorbeelden.

Voorbeeld 1
Frans werkt op een boorplatform en werkt doorgaans volgens het schema: vijf weken werken op het platform, vijf weken thuis. Gedurende de weken dat Frans op het platform werkt, zorgt Maaike voor het kind. In de weken dat Frans thuis is, zorgt hij voor het kind. Dit schema wordt telkens herhaald.

Voorbeeld 2
Max heeft een baan waarin nachtdiensten worden gedraaid. In de week dat Max in nachtdienst werkt, verblijft het kind van zondagavond 20.00 uur tot vrijdagavond 20.00 uur bij Josje. Op vrijdagavond haalt Max het kind op. Het kind verblijft vervolgens van vrijdagavond tot maandagochtend 08.00 uur bij Max. De week erna verblijft het kind van maandagochtend 08.00 uur tot donderdagochtend 08.00 uur bij Josje en van donderdagochtend 08.00 uur tot zondagavond 20.00 uur bij Max. Dit schema wordt telkens herhaald. In dit geval is sprake van een repeterend ritme over twee weken waarin de zorg gelijk wordt verdeeld. Het kind verblijft namelijk per twee weken 6 dagen bij Max en 8 dagen bij Josje.

Het blijft voor co-ouders een vereiste dat een kind gedurende ten minste zes maanden, in elk van beide huishoudens verblijft. Om onredelijke uitkomsten door de 156-dageneis te voorkomen, is een naar tijdsgelange herrekening van de 156-dageneis toegevoegd.
De herrekening vindt plaats indien het co-ouderschap gedurende het kalenderjaar (uiterlijk vóór 1 juli van het desbetreffende kalenderjaar) tot stand komt of (ná 1 juli van het desbetreffende kalenderjaar) eindigt.

Voorbeeld 3
Ben en Mieke komen op 1 april 2021 co-ouderschap overeen. Vanaf dat moment wordt de zorg voor hun kind gelijkelijk verdeeld in een doorgaans repeterend ritme. Het kind staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen bij Ben, maar verblijft van maandag t/m donderdag bij Ben en van vrijdag t/m zondag bij Mieke. Vanaf het moment van ontstaan van co-ouderschap (1 april 2021) verblijft het kind 157 dagen bij Ben en 118 dagen bij Mieke. Door de tijdsgelange herrekening heeft Mieke recht op de IACK als het kind minimaal 117 (= 275/365*156) dagen in de periode van co-ouderschap bij haar verblijft.

Naar de praktijk

Hopelijk is met deze wetswijziging voor (co-)ouders de onrust rondom de IACK weggenomen. Als adviseur is het belangrijk jouw klanten bij scheiding goed te informeren over de financiële gevolgen van de zorgafspraken over de kinderen. Door de wijzigingen in de IACK is het mogelijk om nu meer duidelijkheid te bieden aan jouw klant over het recht hierop na scheiding. Hierin is uiteraard het fiscaal optimaliseren van de regeling niet een doel op zich, maar staat het belang van het kind voorop.

Paul Van Der Ploeg Dukers Baelemans
Paul P. van der Ploeg RFEA

Paul is directeur van Scheidingsexpert Nederland, lid van de parlementaire werkgroep kinder- en partneralimentatie en docent van de RFEA opleidingen van Dukers & Baelemans.

Mr. Margot Burger MfN RFEA
Delen: